Dinsdag 16 juni 2026, commissie Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO)




Agenda

1.Mondeling overleg met de staatssecretaris van I&W over de milieueffectrapportage

Achtergrond

Bij brief van 2 december 2024 informeerde de regering de Kamer over een aantal toezeggingen verband houdend met het onderwerp 'milieueffectrapportage'. Het betrof de toezeggingen T03578, T03579, T03580 en T02859. De commissie heeft daarop bij uitgaande brief van 28 januari 2025 vragen gesteld, gebaseerd op inbreng van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA. De commissie besloot de genoemde toezeggingen als “openstaand” te blijven beschouwen. De antwoordbrief van 11 maart 2025 leidde niet tot een ander oordeel over de toezeggingen, maar wel tot een volgende schriftelijke ronde. De uitgaande brief van 17 juni 2025 met vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA werd op 4 juli 2025 beantwoord. Opnieuw oordeelde de commissie dat de toezeggingen nog open stonden. Daarnaast werd besloten tot nog een schritelijke ronde. Hierbij heeft de commissie, gebaseerd op de inbreng van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA, vragen gesteld over toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888, en over de motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages (33.118 / 34.986, EZ). De uitgaande brief van 1 oktober 2025 met vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA werd op 2 februari 2025 beantwoord.

De commissie besloot naar aanleiding van de brief van 2 februari 2026 niet in nader schriftelijk overleg te treden, maar in plaats daarvan op een later moment een mondeling overleg van ca. 45 minuten in te plannen na afloop van het kennismakingsgesprek met de nieuwe staatssecretaris. De commissie besloot verder de status van toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888 niet te wijzigen en de status van de motie-Kluit c.s. evenmin. Dit zou eventueel na het mondeling overleg kunnen gebeuren.

Toezeggingen

Het gaat in dit mondeling overleg om de volgende toezeggingen.

De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen. (Status: openstaand).

De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij de periodieke evaluaties van de Omgevingswet en de Commissie voor de m.e.r. zal aanpassen, zodat gevolgd kan worden hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt. Na twee jaar zal geëvalueerd worden wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. (Status: openstaand)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Kluit (GroenLinks), toe om in beginsel vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat, jaarlijks de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies te zullen monitoren om in een later stadium terug te schakelen naar een tweejaarlijkse frequentie. Mogelijkerwijs zal deze monitoring op een eerder moment starten, waarover de minister van I&W de Kamer nog bij brief zal informeren. (Status: openstaand)

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat de verbetering van de kwaliteit van de milieueffectrapporten een onderdeel wordt van het verbeterplan voor het VTH-stelsel en dat de Kamer de tweejaarlijkse evaluaties zal ontvangen. In het geval uit deze tweejaarlijkse evaluaties blijkt dat er nog aanvullende zaken nodig zijn om de kwaliteit van de milieueffectrapporten te verbeteren, dan zal de staatssecretaris de Kamer hierover informeren tegen de tijd dat die rapportage bekend is. (Status: openstaand)

De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de m.e.r.-beoordelingsplicht gemonitord zal worden op het punt van diepe plassen. (Status: openstaand)

Motie

De voor dit mondeling overleg relevante motie is:

In deze motie wordt de regering verzocht ervoor zorg te dragen dat, voor zover relevant voor 1 januari 2024, alle gemeenten een milieueffectrapportage maken voor de omgevingsvisies en/of het omgevingsplan. (Status: deels uitgevoerd)



2.Opening en welkomstwoord door de voorzitter

3.Vragen van de leden

4.Antwoorden van de staatssecretaris

5.Tweede ronde vragen en antwoorden (indien voldoende tijd)

6.Afsluiting