Plenair Van Rooijen bij behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.17 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Voorzitter. De minister toont politieke moed met het aanvaarden van deze uiterst lastige portefeuille. Wij wensen hem wijsheid en veel succes.

Mijn fractie wil in dit verband toch ook een woord van waardering uitspreken voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de IND, en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA. De inspanningen van de mensen die daar werken, kunnen meestal niet op applaus rekenen, maar ik geef het je te doen om dag in, dag uit te moeten dweilen met de kraan open en te moeten werken binnen wet- en regelgeving die anderen bedacht hebben. De IND en het COA maken de wetten voor Europa en voor Nederland niet. Dat doen de wetgevers van de Europese Unie en die van Nederland. Dat doen ook wij hier in de Eerste Kamer. De kritiek van 50PLUS richt zich dan ook met name op de regelgeving, en eventueel ook op de instanties die hiervoor verantwoordelijk zijn. Ik wil vandaag de medewerkers van IND en COA eens een keer danken voor hun inzet, en hun sterkte wensen bij het niet eenvoudige werk dat elke dag weer gedaan moet worden.

Natuurlijk is wet- en regelgeving op dit terrein heus geen sinecure. Er zijn veel belangen in het geding, en de opvattingen van het bestuur en van de bevolking in de meeste Europese landen zijn veelkleurig en veeleisend. Kijk maar hoe lastig het alleen al bij ons is om op dit gebied eenduidige wetgeving te maken, en dan ook nog eens met een breed maatschappelijk draagvlak. Maar dat is wel onze taak, of het nou gemakkelijk is of niet.

Het aantal immigranten en asielzoekers trekt een steeds zwaardere wissel op de Nederlandse samenleving, in alle opzichten: ruimtetekort, huizentekort, inburgering, waaronder aanpassing aan de Nederlandse taal en cultuur, problemen met wederzijds respect, toekomstperspectieven, forse kosten voor de samenleving en geen vanzelfsprekende bereidheid om zich hier telkens maar in te schikken.

Dan nog een aspect dat naar de opvatting van mijn fractie bij alle afwegingen te weinig aandacht krijgt. Dat is de invloed van Rusland en de bemoeienis van dat land met immigratiestromen, met name vanuit Afrika, naar West-Europa. Voor Rusland is migratie een middel om West-Europa te destabiliseren …

De voorzitter:

Meneer Van Rooijen, volgens mij heeft meneer Janssen nog een interruptie op het vorige punt.

De heer Janssen i (SP):

Ja, voordat we Rusland gaan bespreken. De heer Van Rooijen had het over immigratie en asielzoekers. Bedoelde hij met immigratie de arbeidsmigratie? Of bedoelde hij daar iets anders mee?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dat is een goede vraag. Ik doel natuurlijk met name op asielzoekers.

De heer Janssen (SP):

Dan ben ik even in verwarring, omdat de heer Van Rooijen zei: immigratie én asielzoekers. Maar dan bedoelt hij dus alleen asielzoekers.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Asielzoekers, en dat is natuurlijk een vorm van immigratie. Het is goed dat u het zo zegt, maar het gaat natuurlijk over asielzoekers.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Rusland. Dat is overigens geen grappig onderwerp, meneer Janssen. Voor Rusland is migratie een middel om West-Europa te destabiliseren. Achter migranten zit niet altijd alleen persoonlijke vreselijke ervaring, maar ook nogal eens boze opzet vanuit Moskou. Wat zijn de inzichten van de minister over dit probleem, over Rusland? Wat doet Nederland en wat doet de Europese Unie hier exact aan? Wat zijn de groeicijfers van de bevolkingen in Afrika? Groeien de economie en het aantal banen in Afrika als geheel voldoende om de toename van de bevolking te kunnen absorberen? Als we daaraan de landen toevoegen waar permanent conflicten heersen of waar het bestuur tekortschiet, zoals in de Sahel, de Hoorn van Afrika en Sudan — ik kijk even naar mevrouw Lagas, die daar vorige week nog over sprak — hoe voorziet de minister dan die ontwikkelingen voor Europa, en meer specifiek voor Nederland, in deze kabinetsperiode? En dan heb ik het nog niet eens over het geteisem dat zwaar verdient aan mensenhandel, de mensensmokkelaars die zelf geen enkel mededogen hebben met hun "handelswaar" — zo noem ik vluchtelingen hier cynisch — en het verdrinken van velen van hen hoogstens als een bedrijfsrisico zien. Over medemenselijkheid gesproken ... Kan de minister ons hierover de jongste inzichten geven, ook en vooral over hoe het gaat met de bestrijding van deze moorddadige criminaliteit?

Dan het Midden-Oosten, een explosief kruitvat tot op vandaag, en voor hoelang nog? Is Europa, is Nederland, in staat om telkens weer soelaas te bieden aan de vluchtelingenstromen die dan weer hier, dan weer daar op gang komen? Graag een reactie.

Zoals ik al eerder zei, de kraan staat open en met dweilen alleen zullen we er niet komen. Is de minister bereid om meer remmen op de toestroom te gaan zetten, behalve onderscheid maken tussen asiel en tijdelijke opvang? Hoe gaat hij terugkeer, wanneer die mogelijk en verantwoord is, aanpakken? Gaat hij een strakke, terughoudendere definitie van "nareizigers" en "gezinshereniging" hanteren? Alleen al vorig jaar ging dat om 55.000 mensen, een middelgrote provinciestad. De bedoeling van het kabinet was om de voorliggende voorstellen, de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelwet, zo spoedig mogelijk in te voeren, ruim voor de inwerkingtreding op 12 juni van het Asiel- en Migratiepact. Spoed was vereist vanwege de benodigde implementatietijd voor de IND, zodat deze dienst al maatregelen kan invoeren en die in de praktijk ook tot uitvoering kan brengen. De IND benadrukte dit aspect tijdens de deskundigenbijeenkomst van 7 oktober vorig jaar. Met nog amper twee maanden te gaan voordat het Migratiepact in werking treedt, is het de vraag of er voldoende tijd bestaat voor de noodzakelijke implementatie bij de IND. Kan de minister aangeven welke consequenties ontstaan, mocht daarvoor onvoldoende tijd zijn, en welke mogelijkheden dan bestaan om nadelige effecten bij de IND te voorkomen?

50PLUS is voorstander van de invoering van een tweestatusstelsel. Het wetsvoorstel beoogt met name om beperkingen op te werpen op het terrein van nareis. Het tweestatusstelsel wordt al in veel landen gehanteerd, zoals in Denemarken, Finland, Oostenrijk, Zweden en Duitsland. Het tweestatusstelsel genereert twee soorten verblijfsstatussen: de vluchtelingenstatus en een subsidiaire beschermingsstatus voor personen die geen vluchteling zijn, maar een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer. Na aanneming van het wetsvoorstel krijgen deze groepen direct te maken met strengere nareisvoorwaarden vanwege de onmiddellijke werking. De regering motiveert dit in de nota naar aanleiding van het verslag door te stellen dat hierdoor de asielprocedure efficiënter verloopt, alsmede dat hierdoor de aanvrager sneller duidelijkheid verkrijgt over zijn nareisaanvraag. Deze motivering knelt volgens mijn fractie. Een efficiënter verloop en het sneller verschaffen van duidelijkheid aan de indiener blijken namelijk niet uit de stukken. Mijn fractie meent dat de echte reden is dat de regering hoopt op een afname van de asielstroom door een ontmoedigingsbeleid te creëren voor de indiening van aanvragen, omdat die dan makkelijker kunnen worden afgewezen. Kan de minister dat bevestigen?

Voorzitter. Mijn fractie zal het tweestatusstelselvoorstel steunen, want na inwerkingtreding van het Migratiepact wordt dat sowieso al ingevoerd.

Dan nu de Wet invoering asielnoodmaatregelen en de daaraan gekoppelde novelle. Naar het oordeel van de 50PLUS-fractie heeft het alleen zin om in te gaan op de nationale onderdelen die in het Asiel- en Migratiepact voorkomen. Het pact wordt immers in juni dwingend Europees recht. Het betreft de volgende drie onderdelen: de ongewenstverklaring, de strafbaarstelling illegaliteit en de dwangsommen.

Over de hulp aan de illegaal verblijvende vreemdeling is al veel gezegd en geschreven en vandaag gesproken. Oorspronkelijk zou degene die hulp verleent aan een illegaal verblijvende vreemdeling zelf ook strafbaar zijn. De minister heeft ervoor gekozen om dit via een novelle te voorkomen en telkenmale is door alle experts en deskundigen bevestigd dat door deze wetswijziging elke geboden hulp, in welke vorm dan ook, aan een illegaal verblijvende vreemdeling niet strafbaar is voor de hulpverlener. 50PLUS acht deze wetswijziging terecht en zal dan ook voor de novelle stemmen. Wel is het van cruciaal belang dat deze novelle door dit huis wordt aangenomen. Ik wijs er namelijk nog eens expliciet op, ook voor mijn collega's hier, dat anders hulpverlening aan een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf strafbaar blijft op grond van artikel 108a van de Vreemdelingenwet 2000.

Voorzitter. Dan de Terugkeerverordening. In beantwoording op een door 50PLUS gestelde vraag, vraag nummer 87 in de nota naar aanleiding van het tweede verslag, wordt gezegd dat Nederland er van begin af aan voor heeft gepleit dat het aanpassen van de terugkeerregels tot minder administratieve lasten en uitvoeringslasten moet leiden. Er moest een eenvoudiger en efficiënter Europees terugkeerproces opgetuigd worden. Vol trots wordt vermeld dat dankzij de Nederlandse inzet de Raadsonderhandelingen succesvol zijn geweest, want blijkbaar zijn veel argumenten die toezien op lastenvermindering overgenomen. Waaruit bestaan die argumenten, vraag ik de minister.

Voorzitter. Kan de minister aangeven wat op dit moment de exacte stand van zaken is van de Terugkeerverordening? Eind maart, 26 maart, zijn in het Europees Parlement de triloge onderhandelingen tussen de Commissie, de Raad van de EU en het Europees Parlement gestart. De tijdsduur van deze onderhandelingen is echter volstrekt onbekend, terwijl de praktijk leert dat dit jaren kan duren. En zelfs indien de onderhandelingen leiden tot een akkoord, geldt er nog een implementatietermijn van twee jaar. Het telkens beloven dat dit of dat kabinet de asielstroom gaat inperken, is al met al dus een wassen neus. Immers, zolang afgewezen asielzoekers niet gedwongen kunnen worden om terug te keren naar het land van oorsprong, blijft de illegaal verblijvende asielzoeker gewoon hier. Dat is niet in diens belang, althans meestal niet, en ook niet in het onze, want zo'n positie stimuleert vatbaarheid voor criminaliteit. Je krijgt de indruk dat de coalitie zich voorlopig vooral richt op de opvang na instroom. Zo dwingt ze gemeentes om de Spreidingswet te handhaven, maar voor terugkeer is nog bitter weinig geregeld. Welke stappen onderneemt de minister om dit enorm stroperige proces daadwerkelijk te versnellen? Mijn fractie hoort graag of hij concrete middelen heeft om gedane beloftes, zoals het realiseren van gedwongen terugkeer van afgewezen asielzoekers, in de praktijk te gaan uitvoeren. En op welke termijn denkt hij daarin succesvol te zijn?

Voorzitter. Integratie en inburgering. Mijn fractie maakt van de gelegenheid van dit debat met de minister gebruik om ter afronding van onze inbreng nog een paar opmerkingen te maken over de integratie van immigranten in de Nederlandse samenleving. Wij hebben de indruk dat veruit de meerderheid zijn best doet om Nederland te leren begrijpen en waarderen. Dit is hun nieuwe thuis en hier gelden andere zeden en gewoonten, die kunnen afwijken van hun eigen cultuur. Toch zijn daarbij de nodige kanttekeningen te maken. 50PLUS is van oordeel dat de ideale inburgering goed zichtbaar was toen in de naoorlogse jaren van de vorige eeuw — ik heb ze meegemaakt — vele duizenden Nederlanders, vaak ook boeren, hun toekomst zochten in Australië, Canada en de Verenigde Staten. Als je deze immigranten nu ontmoet, hun kinderen of hun kleinkinderen, dan voel je nog steeds de verwantschap. Wij hebben ook familie in Australië. Ze verlangen soms naar boerenkool met worst, gestampte muisjes of een Nederlandse kroket en ze zijn blij als Nederland wereldkampioen wordt of als de koning, zoals vandaag, een bezoek brengt aan hun nieuwe thuisland. Maar de rest van de tijd zijn zij niet te onderscheiden van hun landgenoten in het nieuwe thuisland. Kijk, zo hoort het.

Gebrekkige inburgering in ons land en het gegeven dat grote aantallen landgenoten hier tegelijk hun onderkomen hebben gevonden, versterken uiteraard groepsvorming. Zij zoeken vertrouwdheid bij landgenoten. Eenkennigheid, ook binnen gezinnen, zorgt ervoor dat de eigen cultuur meer versterkt wordt dan dat het avontuur met de nieuwe omgeving wordt aangegaan. Dat geldt vaak nog sterker voor vrouwen, die nu eenmaal van huis uit niet de vrijheid kennen die volgens de Nederlandse begrippen heel normaal is. Heerlijk dat gsm's helpen met tolken, maar die helpen eigenlijk niet, want dan hoef je niet eens meer Nederlands te leren. Ga eens bij een huisarts in de spreekkamer achter een gordijn staan en luister hoeveel talen daar per dag voorbijkomen. Wees eens een dag onderwijzer op een basisschool in Amsterdam en realiseer je hoe veeltalig het onderwijs is geworden. Het blijven zitten in de eigen cultuur versterkt het onbegrip over en de vooroordelen tegen de cultuur van de nieuwe omgeving. De puberteit is altijd lastig, maar als thuis niet met warmte wordt gesproken over de Nederlandse omgeving, dan is spugen naar Nederlanders en sissen naar meisjes een volgende stap.

Mede dankzij ons zeeverleden en onze steeds opmerkelijke tolerantie, met nadruk, is Nederland door de eeuwen overspoeld geweest met buitenlanders. Het heeft ons internationaal gezien meestal een voorsprong gegeven, want het bracht hier ook veel kennis en cultuur. Kijk ook hoeveel sneller Nederland zich ontwikkelt met de computertechnologie. Wij liggen echt voorop in Europa. Dat danken we mede aan niet-Nederlanders. Nederland kan ook vandaag helpen bij de integratie door een minder krachtig zelfvertrouwen te tonen, door eens een beetje minder demonstratief tolerant te zijn. Waarom zijn wij zo gemakkelijk bereid om het woord "Kerstmis" niet meer te gebruiken of om het sinterklaasfeest uit te kleden? Waarom organiseren zoveel instanties, zoals gemeenten, politie, scholen en zorginstellingen, en zelfs de Tweede Kamer, iftars tijdens de ramadan? Is het vriendelijkheid of ordinaire Hollandse koopmansgeest? Of buigen wij tegenwoordig te gemakkelijk voor opkomende tegenkrachten in onze cultuur? En andersom: wordt ons inschikken door nieuwkomers gelezen als gastvrijheid en vriendelijkheid of als onzekerheid en zwakte? Als dat laatste het geval is, roept het schaap de wolf op, om met een knipoog te verwijzen naar een ander Nederlands modern fenomeen.

Voorzitter, tot slot. Heel graag zou ik van de minister uitvoerig zijn gedachten over dit thema willen horen. Op welke wijze denkt hij om te gaan met het vraagstuk van integratie, inburgering en wederzijdse tolerantie, dat zo bepalend zal zijn voor het karakter van de toekomstige Nederlandse samenleving? Mijn fractie wacht de beantwoording van onze vragen door de minister met belangstelling af.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik wijs erop dat het laatste onderwerp niet het onderwerp is van de drie wetsvoorstellen die wij behandelen. Als de minister daar geen tijd voor heeft, begrijpen wij dat dus. Ik ga schorsen voor ongeveer vijf minuten.