Mondeling overleg over besluitvorming bij Europese-omnibusvoorstellen AI en digitalisering



Op dinsdag 26 mei gingen de commissies voor Digitalisering en voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei in gesprek met de staatssecretarissen Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) en Claudia van Bruggen (Rechtsbescherming en Gevangeniswezen). Onderwerp van gesprek waren de eerder gemaakte informatieafspraken over de Omnibus AI (COM(2025)836) en de Omnibus Digitaal (COM(2025)837). De commissies wilden, op voorstel van de rapporteurs Mary Fiers en Cees van de Sanden, met de bewindspersonen spreken over de uitvoering van de informatieafspraken.


Niet tijdig geïnformeerd

De rapporteurs uitten hun ontevredenheid over het feit dat de Kamer bij de omnibus AI niet tijdig geïnformeerd was over het politieke akkoord in de Raad van de Europese Unie. Fiers benadrukte dat de Kamer proactief geïnformeerd wil worden, voorafgaand aan besluitvorming, zodat de Kamer nog in actie kan komen. Ontevredenheid was er ook over het gebruik van de omnibusprocedure als zodanig. Een omnibusprocedure is volgens Van de Sanden bedoeld voor vereenvoudiging van wetgeving, niet voor significante inhoudelijke wijzigingen. Al helemaal niet wanneer mogelijk grondrechten in het geding zijn en er geen impact assessment plaatsvindt. De Kamer wil tijdig stelling kunnen nemen, samen met gelijkgestemde lidstaten in Europa. En niet achteraf pas horen hoe een akkoord eruitziet, aldus de rapporteurs.


'Mea culpa'

Staatssecretaris Aerdts reageerde met een 'mea culpa' over de informatievoorziening naar de Kamer bij de omnibus AI. De afstemming in de slotfase van het akkoord in Brussel gebeurde in korte tijd, waardoor een Kamerbrief waarschijnlijk binnen een uur al niet meer relevant geweest was. Aerdts zegde toe in aanloop naar een akkoord over de omnibus Digitaal wel met een Kamerbrief te komen. Maar ook die Kamerbrief zal volgens Aerdts weinig nieuws bevatten en mogelijk ook snel weer achterhaald zal zijn. Over het impact assessment zei Aerdts dat in de Raad van de Europese Unie wel discussie was gevoerd over het achterwege blijven van impact assessments. Maar dat weerhield de lidstaten er niet van om verder te gaan met onderhandelen over deze Europese voorstellen. Een bredere discussie over de 'omnibus-methode' en juiste wetgevingsprocedure moet volgens Aerdts gevoerd worden met minister Berendsen van Buitenlandse Zaken.


Bescherming van grondrechten

Staatssecretaris Van Bruggen wees op onderdelen in de omnibus Digitaal die betrekking hebben op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De maatschappelijke impact daarvan kan potentieel groot zijn. Het kabinet steunt vereenvoudiging van regels, maar heeft ook zorgen over aanpassingen in de definitie van persoonsgegevens die de bescherming op grond van de AVG omlaag brengen. Volgens Van Bruggen worden die zorgen inmiddels breed gedeeld binnen de Raad, net zoals de zorgen over het gebruik van persoonsgegevens in AI. Daarbij wordt ook de gezamenlijke opinie van de European Data Protection Board (EDPB) en de European Data Protection Supervisor (EDPS) betrokken. De staatssecretaris zegde toe geen onomkeerbare stappen te zetten zonder de Kamer daarover te informeren. Het kabinet zal zich blijven inzetten voor vereenvoudiging en verduidelijking van wetgeving, zonder dat de bescherming van grondrechten wordt afgezwakt. De staatssecretaris zal in een brief nader ingaan op het verloop van de besprekingen en het krachtenveld.


Over de wetsvoorstellen

De Omnibus AI (COM (2025)836) moet de toepassing van de AI-verordening vereenvoudigen en administratieve lasten voor bedrijven verminderen, terwijl de kern van het risicogebaseerde AI-kader behouden blijft. De Europese Commissie presenteert het voorstel nadrukkelijk als onderdeel van haar bredere agenda om de Europese concurrentiekracht, innovatiecapaciteit en ontwikkeling van AI in Europa te versterken. Een van de belangrijkste onderdelen betreft het uitstel van verplichtingen voor hoog-risico-AI-systemen.

De Omnibus Digitaal (COM (2025)837) heeft als doel om bestaande Europese digitale wetgeving op het gebied van data, AI, privacy, platforms en cyberveiligheid te vereenvoudigen en beter op elkaar af te stemmen. De Europese Commissie wil hiermee overlap in regels, dubbele rapportage- en nalevingsverplichtingen en verschillen tussen sectorale regels verminderen. Hiermee moet het digitale regelgevingskader consistenter, beter uitvoerbaar en minder belastend worden voor bedrijven en toezichthouders.