Provinciefonds en gemeentefonds: debatten samengevat



De Eerste Kamer debatteerde maandag 15 juni met minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de begroting voor het provinciefonds 2026 en de begroting voor het gemeentefonds 2026. Dinsdag 23 juni stemt de senaat over de beide begrotingen. De Eerste Kamer gaf wel vast een signaal: als de stappen van het kabinet de komende maanden niet voldoende zijn, dan wil een aantal fracties een beleidsdebat over de financiering voor de gemeenten en provincies voordat de begrotingen voor 2027 worden besproken.


Provinciefonds 2026: impressie

Senator Fiers (GroenLinks-PvdA) sprak mede namens de fracties van OPNL, CDA en PvdD. Zij wees op de disbalans tussen de ambities van het kabinet aan de ene kant en de niet meegroeiende financiële middelen voor de provincies aan de andere kant. Ook BBB-senator Lievense, D66-senator Moonen en SP-senator Janssen gingen in op deze disbalans. Janssen sprak mede namens de Fractie-Visseren-Hamakers. Hij vroeg of het kabinet de ambities op bijvoorbeeld woningbouw gaat bijstellen of het provinciefonds verhogen. De provincies zijn namelijk verantwoordelijk voor de infrastructuur naar bouwlocaties.

Deze senatoren zagen verder dat de uitvoeringstoetsen bij wetsvoorstellen voor de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) niet consequent worden toegepast. Lievense vroeg de minister toe te zeggen dat dit in de toekomst standaard zal gebeuren. Moonen wilde weten wanneer het beloofde onderzoek naar de balans tussen taken en middelen voor infrastructuur, regionaal openbaar vervoer en natuur is uitgevoerd.

FVD-senator Kemperman en PVV-senator Van Hattem zagen andere tekortkomingen. Volgens Kemperman is het provinciefonds 2026 gegroeid, terwijl tegelijk de verschraling van voorzieningen is toegenomen en ook de lastendruk voor burgers blijft stijgen. Ook Van Hattem wees op de verhoging van de opcenten die via de inwoners uit de motorrijtuigenbelasting moeten komen, terwijl er tegelijk niet meer wordt geïnvesteerd in infrastructuur. Daaraan zouden die opcenten toch besteed moeten worden, zei hij.

Minister Heerma zei in reactie op de vragen van de Kamer dat het kabinet werkt aan het versterken van de samenwerking met de decentrale overheden. Dat gebeurt op vier manieren. Als eerste door een nieuwe start te maken met de samenwerkingsagenda. Ten tweede door verder te werken aan de balans tussen taken en middelen: 'Het kabinet heeft oog voor de financiële positie van provincies en andere medeoverheden.' Ten derde door een goede verdeling van de fondsen en ten vierde door de verdere ontwikkeling van instrumenten en wetgeving.

Heerma zei verder dat hij zich ervoor inzet dat hele kabinet de uitvoeringstoetsen voor decentrale overheden toepast. Als dit niet goed gebeurt, zal hij zijn collega-bewindspersonen daarop aanspreken. De minister voegde eraan toe dat het de bedoeling is dat de uitvoeringstoetsen standaard worden gedeeld met beide Kamers.


Gemeentefonds 2026: impressie

Aansluitend sprak de Eerste Kamer met minister Heerma over de begroting van het gemeentefonds 2026. Alle fracties in het debat maakten zich zorgen over de financiële situatie van gemeenten. Ook was de Kamer ontstemd dat moties die de Eerste Kamer een jaar geleden heeft aangenomen, niet zijn uitgevoerd. In het bijzonder de motie-Fiers c.s. over het borgen van de autonome taak van gemeenten en de motie-Van der Goot c.s. over het corrigeren van inflatieramingen.

Senator Fiers (GroenLinks-PvdA) sprak mede namens de CDA-fractie. Ze vroeg hoe de minister aankijkt tegen de feitelijke autonomie van gemeenten. Veel taken brengen grote uitdagingen met zich mee in de uitvoering, zoals jeugdzorg en de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo). Onzekerheden voor gemeenten zijn alleen maar toegenomen. 'Begroten bij gemeenten is momenteel schieten op bewegende doelen,' aldus Fiers.

BBB-senator Lievense zei dat het Rijk consistent, duidelijk en voorspelbaar moet zijn. En dat is het niet. Het gemeentefonds 2026 is geen verbetering, maar een bevestiging van het patroon. Bovendien stapelen onzekerheden zich op. Hoe gaat de minister voorkomen dat de herijking opnieuw vertraagt, hoe gaat hij het vertrouwen herstellen, vroeg hij . 'Als dit niet verbetert, komt er een moment dat de Eerste Kamer de conclusie moet trekken dat ze niet kan instemmen met dit fonds,' zei Lievense.

Volgens D66-senator Moonen ervaar je de overheid in je eigen gemeente. Bij de decentralisering zijn daarom nieuwe taken toegevoegd aan het pakket van gemeenten, omdat zij het dichtst bij de mensen staan. Maar dan moeten er ook voldoende middelen zijn. 'Wat de gemeenten nodig hebben is voorspelbaarheid en lange termijn duidelijkheid, geen jojobeleid met financiën,' zei Moonen.

SP-senator Janssen sprak mede namens de Fractie-Visseren-Hamakers. Ook hij stelde dat de te lang durende onzekerheid zich nog langer zal voortslepen, met alle gevolgen van dien. Hij wees hierbij op de uitvoering. 'Die onzekerheid maakt duurzame keuzes moeilijk, zo niet onmogelijk,' zei Janssen.

OPNL-Senator Van der Goot sprak mede namens PvdD en Volt: 'Onze fracties zien het gemeentefonds als een monumentaal pand met een wankele fundering. Het is van belang om de fundering weer op orde te krijgen.' Volgens Van der Goot kan dat alleen als alle bewoners van het Huis van Thorbecke samenwerken.

'De begroting is opnieuw in omvang toegenomen terwijl voorzieningen afbrokkelen,' zei FVD-senator Dessing. Zijn fractie gaat niet akkoord met de begroting. Dessing riep de minister en het parlement op tot een radicale stelselwijziging. Volgens hem is anders de burger de dupe.

PVV-senator Van Hattem zei dat de omvang van het fonds niet het probleem is, maar de lokale autonomie. 'Hoe gaat de discussie rond de verdeling van de middelen en taken van gemeenten niet ook raken aan de lokale autonomie,' vroeg hij. Van Hattem vroeg de minister te reflecteren op de onduidelijkheid over medebewindstaken waardoor ook de autonome beleidsruimte onduidelijk is. Het tast de decentrale autonomie aan, zei hij.

Minister Heerma zei dat hij bezig is met een verkenning op basis van de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Het is de bedoeling dat het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hierbij betrokken worden. Hij is het eens met de Kamer dat er snel duidelijkheid moet komen voor de gemeenten over de herziening van de verdeling. Daarmee gaat hij proactief aan de slag.