Plenair Van Hattem bij behandeling Begroting provinciefonds 2026



Verslag van de vergadering van 15 juni 2026 (2025/2026 nr. 33)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 18.02 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Voorzitter. Voordat ik aan mijn betoog begin, toch nog even een reactie op wat de heer Kemperman zojuist over mevrouw Fiers zei. Ik ken haar niet als collega uit de Provinciale Staten, maar ik heb haar natuurlijk wel jarenlang meegemaakt als directeur van het provinciaal groen ontwikkelbedrijf van de provincie Noord-Brabant en eerder ook al als wethouder in Eindhoven.

Voorzitter, mijn betoog. Ik zou als PVV-fractie toch graag willen benadrukken dat voor onze inwoners het autorijden onbetaalbaar aan het worden is en ook bijna onmogelijk door de versleten en tekortschietende infrastructuur in dit land. Ook in de provinciale infrastructuur is en blijft dat een groot probleem. Ik denk dat het belangrijk is dat we het denken daarover niet moeten stopzetten op het moment dat er wordt gezegd "we hebben op dit moment geen plannen". Tegelijkertijd wil ik vanuit deze Eerste Kamer ook enige legislatieve terughoudendheid, zoals dat zo mooi heet, betrachten. Ik zou hier natuurlijk een motie kunnen indienen om de minister op te roepen een initiatief te ontwikkelen voor een doelbelasting voor de opcenten motorrijtuigenbelasting, maar dit initiatief hoort toch bij de Tweede Kamer thuis, gelet op onze rol hier. Maar ik zou de minister wel willen vragen of hij meer inzicht zou willen geven in de houdbaarheid van de fysieke infrastructuur in ons land en ook de belastingdruk op onze inwoners en op de automobilisten in het bijzonder.

Het volgende punt gaat over de taken. Ik ben ook Statenlid en in Noord-Brabant hebben we in 2024 een taakinventarisatie laten uitvoeren. Daarbij is gekeken naar wettelijke of autonome taken, naar de middelen en het aantal fte's, het aantal medewerkers, dat daartegenover staat. Helaas is daar vervolgens weinig mee gedaan, want mijn bedoeling was — ik had daar destijds een motie voor ingediend — om een kerntakendiscussie te kunnen voeren. Daar is weinig van terechtgekomen, maar het is wel een heel praktisch inzicht. Mijn vraag aan de minister is of hij kennis heeft genomen van zo'n taakinventarisatie. Weet hij of misschien andere provincies dit ook zouden kunnen doen om toch te zien waar hun kerntaken liggen?

Dan wordt er tegenwoordig bij provincies vaak gesteld dat de Omgevingsvisie voortaan kaderstellend is voor het hele beleidshuis. Herkent de minister die discussie? Wat zegt dat over de kerntaken waar dus ook het provinciefonds mee te maken heeft?

Tot slot de discussie over de koepels. Wij vinden het toch lastig dat die koepels een steeds grotere rol krijgen op veel vlakken en ook steeds verder uitdijen. Hier zal ik de komende jaren de minister nog vaak over bevragen.

Toch nog één ding: de heer Kemperman van FVD vroeg net naar al die rapporten, maar ik herinner mij dat ons in 2022 het rapport van professor Elzinga is aangeboden over decentraal bestuur. Het ligt nog ergens op mijn bureau te verstoffen. Het is hier eigenlijk nooit behandeld. Mijn vraag aan de minister is of het kabinet daar ook nooit iets mee heeft gedaan. Is het inderdaad in een onderste bureaulade beland?

Voor het overige zal ik bij het debat over het gemeentefonds nader stilstaan bij het een en het ander.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Van Hattem.

Dan is de vraag of een van de andere leden in deze tweede termijn nog het woord wenst. Dat blijkt niet het geval.

Dan kijk ik verwachtingsvol naar de minister met de vraag of u in de gelegenheid bent om direct antwoord te geven op de vragen van de Kamer. Dat is niet het geval. Mag ik u dan het genereuze aanbod van vijf minuten schorsing doen? Geweldig. Dan schors ik voor vijf minuten.