Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.17 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Karaaslan-Kilic i (D66):
Voorzitter. Staat u mij toe deze eerste keer dat ik hier sta iets meer over mezelf te vertellen. Dan begrijpen mijn collega's en de mensen thuis waarom ik zo blij ben dat ik over de herindeling Hilversum en Wijdemeren mijn eerste debat mag voeren.
Na maanden met veel respect en waardering te hebben gekeken naar hoe mijn collega's hier staan, mag ik hier staan; eindelijk. Ik ben geboren en opgegroeid in Rotterdam. Bij ons thuis werd er vaak gesproken over politiek en over goed bestuur. Er lagen altijd Turkse en Nederlandse kranten op tafel. Mijn vader volgde de Nederlandse en de Turkse politiek op de voet. Ik ben groot geworden met namen als Lubbers, Kok, Den Uyl, Van Agt, Terlouw, Van Mierlo en later Hans Dijkstal. In de periode waarin zij Nederland bestuurden, vonden in Turkije militaire coups plaats en werden politieke leiders afgezet of erger. Juist daardoor keek ik met bewondering naar wat ik hier zag: een democratie waarin het debat scherp kon zijn, maar de omgangsvormen beschaafd waren; scherp op de inhoud, zacht op de persoon.
Die politici zijn mijn rolmodellen. Hun houding is voor mij een gids geworden in wat het betekent om het goede te doen en om het goede goed te doen. In mijn tijd waren er weinig vrouwelijke politici als rolmodel. Gelukkig leven we nu in andere tijden en hebben mijn kleindochters die wel. Mijn vader zei altijd in het Turks: demokraside her çözümler tükenmez. Vrij vertaald: in een democratie zijn er altijd oplossingen. Die zin is mij bijgebleven, omdat die voor mij de kern raakt van democratie: verschillen mogen er zijn, maar we houden altijd de verantwoordelijkheid om tot oplossingen te komen.
Mijn vader kwam eind jaren zestig naar Nederland en enkele jaren later volgde mijn moeder. Mijn vader werkte bij Coster, een gerenommeerde herenmodezaak met een Joodse eigenaar waar Ruud Lubbers vaak zijn pakken kocht — bij mijn vader. Daar was hij heel trots op. Wij horen de verhalen nog steeds. Wij leerden van mijn vader niet te oordelen over anderen en respectvol te zijn. Menselijkheid stond voorop, al het andere was detail. Mijn moeder was in veel opzichten haar tijd vooruit. Toen zij in Nederland kwam, vond zij al snel werk bij Van Melle, de snoepjesfabriek. Ze vroeg niet of dat mocht, ze regelde dat gewoon. Ze zei tegen mij: zorg altijd dat je je eigen centjes hebt, zodat je nooit je hand hoeft op te houden. Ik ben de dochter van een sterke en eigengereide moeder. Mijn ouders hebben mij, mijn drie broers en mijn zusje een sterk moreel kompas meegegeven: kijk altijd om naar de mensen die het minder hebben en vraag wat jij voor hen kunt betekenen.
Voorzitter. Het ondernemerschap zit in de haarvaten van onze familie. Dat is ook niet zo vreemd met Turks bloed en Rotterdams DNA. Wij zijn ondernemers, wij zijn ondernemende werknemers of wij zijn het allebei. Dat is ook waarom ik bedrijfskunde ben gaan studeren: om aan de bestuurskundige wereld de vraag toe te voegen die altijd gesteld moet worden, namelijk of we de mensen, de middelen en de organisatie hebben om onze ambities waar te maken. Voor mij is dat de kern van goed bestuur. Daar heb ik mijn vak van gemaakt. De rode draad in mijn carrière zijn gemeenten. Ik heb meer dan twintig jaar ervaring als management consultant en partner lokale overheid. Ik ben bestuursadviseur geweest bij de gemeente Amsterdam. Ik was gemeentesecretaris van Blaricum en tevens directeur van de eerste ambtelijke fusieorganisatie die werkte voor drie gemeenten: Blaricum, Eemnes en Laren.
Voorzitter. Onze democratie, wetten en overheidsorganisaties moeten betrouwbaar zijn, maar ook meebewegen met veranderingen in de samenleving. Daar ligt een urgente opgave. De afgelopen decennia zijn we goed geweest in het opbouwen: nieuwe wetten, taken, organisaties. Maar we zijn minder goed in onderhouden, vereenvoudigen en stoppen. Wij vragen ons te weinig af of dat wat ooit is bedacht nog steeds bijdraagt aan het oorspronkelijke doel.
Dat geldt ook voor lokaal bestuur. Gemeenten krijgen steeds meer taken terwijl er zelden iets afgaat. De opgaven worden ingewikkelder, de arbeidsmarkt wordt krapper en de druk op bestuur en organisatie groeit. Juist daarom moeten we ons afvragen: helpt de manier waarop we lokaal bestuur hebben ingericht gemeenten nog om hun inwoners goed te dienen en helpt het om grote regionale opgaven te realiseren? Als dat niet zo is, hebben we dan de moed om het anders te doen? De raadsleden, bestuurders en ambtenaren van Wijdemeren en Hilversum hebben die moed getoond.
Voorzitter. Voor D66 staan bij deze herindeling drie punten centraal: bestuurskracht, participatie en het verantwoordelijkheidsbesef van centrumgemeenten. Voordat ik daarop inga, wil ik mijn waardering uitspreken voor iedereen die zich dagdagelijks inzet voor zijn gemeente. Bestuurders, raadsleden, ambtenaren, maar ook inwoners werken met grote betrokkenheid voor hun gemeenschap. Laten we daarom ook stoppen met het spreken over "het ambtelijk apparaat". Een gemeentelijke organisatie is geen apparaat, maar een gemeenschap van mensen die werkt voor het publieke domein.
Voorzitter. Mijn eerste punt is bestuurskracht. De raden van Hilversum en Wijdemeren hebben op 27 maart 2025 besloten om samen verder te gaan als één gemeente. Dat besluit heeft een lange aanloop gehad. Al in 2016 bleek namelijk dat de gemeente Wijdemeren te maken had met uitdagingen als het gaat om bestuurskracht. Vanaf dat moment is de situatie niet verbeterd. In 2023 werd de gemeente Wijdemeren onder preventief financieel toezicht gesteld van de provincie Noord-Holland. Tegelijkertijd volgde een onderzoek, waaruit bleek dat de gemeente tekortschoot in uitvoeringskracht, draagkracht, handelingskracht en stuurkracht. Het f-woord was daarna niet meer taboe in Wijdemeren.
De afgelopen vijftien jaar zijn de taken van gemeenten omvangrijker en complexer geworden. Zij zijn onder andere verantwoordelijk voor jeugdzorg, bestaansrecht, woningbouw, klimaatadaptatie, veiligheid, en noem maar op. Tegelijkertijd hebben zij te maken met financiële onzekerheid en een krappe arbeidsmarkt. Soms zijn de opgaven te groot voor de schaal van de organisatie. Dat ligt meestal niet aan een gebrek aan inzet, maar aan kwetsbaarheid. Specialistische kennis ontbreekt, vacatures zijn moeilijk te vervullen en de continuïteit van de uitvoering komt onder druk te staan. Dat raakt inwoners direct. Vergunningen blijven langer liggen, woningbouw vertraagt en ondersteuning komt niet altijd op tijd. Ook de regio ondervindt daarvan de gevolgen, omdat veel opgaven niet stoppen bij de gemeentegrens. Een werkende lokale democratie vraagt daarom niet alleen om nabijheid, maar ook om voldoende bestuurlijke en ambtelijke kracht. Gemeenten moeten hun besluiten kunnen uitvoeren en inwoners de dienstverlening bieden waar zij op mogen rekenen. Regionale opgaven mogen niet achterblijven in ontwikkeling.
De keuze van Wijdemeren en Hilversum moet in dat licht worden beoordeeld. Schaal doet ertoe. Een grote gemeente kan veel zelf organiseren. Zij heeft de middelen, de mensen en de expertise. Een kleine gemeente kan ook veel, maar niet onbeperkt. De vraag is dan niet alleen of de nieuwe gemeente groter wordt, maar vooral of zij sterker wordt en beter in staat is om haar taken uit te voeren. Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister. Er zijn kleine gemeenten waar de bestuurskracht goed is, maar dat zijn vaak uitzonderingen. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat kleine en kwetsbare gemeenten tijdig worden ondersteund bij het versterken van de bestuurlijke en ambtelijke kracht, zodat problemen in de uitvoering inwoners en regio's niet raken?
Voorzitter. Mijn tweede punt is participatie. In de aanloop naar dit debat heb ik gesproken met de burgemeesters, wethouders, gemeentesecretarissen en raadsleden van beide gemeenten. Ook heb ik gezien hoe inwoners betrokken zijn bij het vormgeven van de nieuwe gemeente. Dat is wat goed bestuur vraagt. Inwoners moeten niet pas geïnformeerd worden wanneer de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt. Zij moeten betekenisvol worden betrokken bij de afwegingen die daaraan voorafgaan. Een goed voorbeeld van participatie is dat in de dorpen van Wijdemeren dorps-cv's worden opgesteld. Daarin wordt vastgelegd wat ieder dorp uniek maakt, wat behouden moet blijven en wat nodig is om binnen de nieuwe gemeente herkenbaar en vitaal te blijven. Een herindeling raakt immers meer dan grenzen op een kaart. Ze raakt de identiteit, de herkenbaarheid en de afstand tussen inwoners en hun bestuur. In de Tweede Kamer is bij deze herindeling uitvoerig gesproken over het begrip "van onderop", een begrip uit het Beleidskader gemeentelijke herindeling. De betrokken gemeentebestuurders verstaan daaronder in belangrijke mate een initiatief dat wordt gedragen door de gekozen gemeenteraden. In aanloop naar het herindelingsbesluit zijn veel bijeenkomsten georganiseerd met inwoners en maatschappelijke organisaties. En daar blijft het niet bij, want de participatie wordt verder vormgegeven met gemeenteraadsverkiezingen in november van dit jaar en er ligt er een degelijk plan over hoe de samenleving wordt betrokken bij de nieuwe gemeente.
Mijn vraag aan de minister is daarom ook: hoe duidt de minister de opvatting dat "van onderop" in eerste instantie betekent dat een herindeling wordt gedragen door de gekozen gemeenteraden? Of geeft de discussie die daarover momenteel wordt gevoerd, aanleiding om het beleidskader op dat punt te verduidelijken?
Voorzitter. Mijn laatste en derde punt gaat over het verantwoordelijkheidsbesef van centrumgemeenten. Sterke gemeenten dragen niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen inwoners, want zij spelen vaak een belangrijke rol voor gemeenten en gemeenschappen in hun omgeving. Dat geldt in het bijzonder voor centrumgemeenten. Zij beschikken namelijk over specialistische kennis, uitvoeringskracht en voorzieningen waar een hele regio van profiteert. Zij nemen taken over, bieden ondersteuning en zorgen dat inwoners uit omliggende gemeenten toegang houden tot publieke voorzieningen.
Hilversum voert al jaren diverse taken uit voor de gemeente Wijdemeren en vervult de centrumfunctie in de regio Gooi en Vechtstreek. Die verantwoordelijkheid is waardevol, maar niet vanzelfsprekend en ook niet kosteloos. Waar gemeenten de bestuurskracht de afgelopen twintig vooral proberen te versterken met ambtelijke samenwerkingen — ik ben zelf directeur geweest van zo'n samenwerkingsverband — worden veel van deze samenwerkingsverbanden momenteel ontmanteld en worden de taken ondergebracht bij centrumgemeenten. Daardoor komt er steeds meer verantwoordelijkheid te liggen bij de centrumgemeenten, terwijl de financiering en de bestuurlijke positie daar niet altijd op zijn ingericht.
Toen in de bestuurskrachtmetingen van 2016 veel Gooise gemeenten als niet bestuurskrachtig werden geduid en Hilversum wel, was de reactie van Hilversum: als onze inwoners niet bestuurskrachtig zijn, dan zijn wij dat ook niet. Van sterke gemeenten mag die verantwoordelijkheid worden gevraagd, maar daar moet dan wel iets tegenover staan, namelijk dat het Rijk die rol erkent en de gemeente in staat stelt die rol duurzaam te vervullen. Mijn vraag aan de minister is dan ook: hoe gaat de minister centrumgemeenten financieel en bestuurlijk in staat stellen om de groeiende verantwoordelijkheid voor kleinere en kwetsbare gemeenten in hun regio te blijven dragen?
Voorzitter, ik kom tot een afronding. De vraag die vandaag voorligt, is of Hilversum en Wijdemeren samen een sterke gemeente kunnen vormen, waarin inwoners kunnen rekenen op betrouwbare dienstverlening. Dat is een nieuwe gemeente, waar de identiteit van de kernen behouden blijft en het bestuur nabij en betrokken is. De zorgvuldigheid van het proces en de eensgezindheid van de betrokken raden geven vertrouwen, maar een herindeling is nooit voltooid op de dag dat de nieuwe gemeente formeel ontstaat. Dan begint het echte werk pas!
Mijn vader zei: in democratieën zijn er altijd oplossingen. Ik geloof dat ook, maar alleen als wij niet steeds blijven opbouwen, maar ook onderhouden, vereenvoudigen en stoppen wanneer dat nodig is. Dat is de urgentie waarmee ik begon en dat is precies wat Wijdemeren en Hilversum laten zien: de moed om bestaande structuren los te laten en om samen verder te gaan als één gemeente.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Karaaslan. Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech.
Graag schets ik nog iets over uw achtergrond. U studeerde communicatiemanagement aan de Hogeschool Utrecht en vervolgens haalde u uw masterdiploma management consultancy aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Later volgen dan nog verschillende postacademische opleidingen op het gebied van leiderschap en toezicht. U begon uw professionele loopbaan als management consultant bij TwynstraGudde. Na uitstapjes naar de gemeenten Amsterdam, Laren, Eemnes en Blaricum — in de laatste was u ook nog gemeentesecretaris — keerde u terug bij TwynstraGudde, eerst als partner en sinds twee jaar bent u directeur van Twynstra Gudde Interim Management en Executive Search.
In een interview op de website van de Sociaal Economische Raad zegt u over uw manier van werken, en ik citeer u: "Ik ben scherp op de inhoud, maar ook aardig en respectvol in de relatie met mijn collega's en anderen waarmee ik samenwerk. Wanneer je zachtheid geeft, krijg je ook zachtheid terug. Zo zeg ik vaak tegen mijn zoons: 'probeer je conflicten met zachtheid te bespreken'."
Op 24 februari bent u lid geworden van de senaat. In een reel op Instagram zei u dat u, naast voor het toetsen van wetgeving, ook lid van de Eerste Kamer bent geworden, om te laten zien dat je op heel veel plekken kunt komen in deze samenleving als je positief bent en je focust op je talenten. Hier voert u voor uw fractie D66 onder andere het woord over Binnenlandse Zaken. Gezien uw achtergrond is het duidelijk: Binnenlandse Zaken en zeker ook het onderwerp van dit debat, gemeentelijke herindeling, zijn voor u geen onbekend terrein.
Op de website van TwynstraGudde zegt u: "Gemeenten zijn belangrijk voor een gezonde en sterke gemeenschap. Elke gemeente is uniek, er is zelden een 'one size fits all'-antwoord op uitdagingen en kansen." Precies daarover spreken wij vandaag. Nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik wil graag de collega's de gelegenheid geven u te feliciteren, maar niet dan nadat ik u als waarnemend voorzitter als eerste heb gefeliciteerd. Ik verzoek u zich voor het rostrum op te stellen voor de felicitaties.
Ik schors de vergadering.