1.Vaststellen agenda
2.36865
Herindeling gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Beslispunt
Welke leden leveren heden inbreng voor het tweede verslag?
Toelichting
De minister van BZK heeft de Kamer bij brief (36865, A) verzocht het wetsvoorstel houdende herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren nog voor uw reces te behandelen. Dit houdt verband met termijnen die uit de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) voortvloeien. Uit artikel 2, tweede lid, van de Wet arhi, vloeit voort dat gedeputeerde staten uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling van een herindelingswet een grensbeschrijving op dienen te stellen. Uit artikel 2, derde lid, van de Wet arhi, volgt dat een herindelingswet pas in werking kan treden nadat de grensbeschrijving door gedeputeerde staten is vastgesteld. Dit betekent dat de herindelingswet volgens de minister van BZK in juli zou moeten worden vastgesteld.
Het is volgens de minister van BZK van het grootste belang dat de wet uiterlijk op 17 september 2026 in werking treedt, omdat ingevolge artikel 56d, eerste lid, van de Wet arhi, de herindelingsverkiezingen anders niet doorgaan. Dit zou betekenen dat de herindeling niet op 1 januari 2027 zou kunnen plaatsvinden, wat financiële, bestuurlijke en organisatorische gevolgen voor de betrokken gemeenten heeft.
Uw commissie heeft op 2 juni jl. als volgt besloten: "De commissie biedt op 9 juni 2026 gelegenheid tot het leveren van inbreng voor het verslag en spreekt in meerderheid het streven uit om het wetsvoorstel voor het Kamerreces plenair af te handelen."
Op 16 juni jl. heeft uw commissie als volgt besloten: "De commissie besluit op 23 juni a.s. gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor het tweede verslag.
Zij zal in het (tweede) verslag het wetsvoorstel aanmelden voor plenaire behandeling, zodat het wetsvoorstel vóór het zomerreces van de Kamer plenair kan worden afgehandeld."
Gelet op dit besluit, wordt in de plenaire planning er rekening mee gehouden dat het debat over dit wetsvoorstel op dinsdag 30 juni 2026 wordt ingepland. De commissievoorzitter zal in dat licht de reactietermijn van het conceptverslag bekorten tot vrijdag 26 juni 2026, 10.00 uur, zodat nog dezelfde middag kan worden geantwoord d.m.v. de nota naar aanleiding van het tweede verslag.
Inbreng voor het tweede verslag
3.CLXXVI
Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026
Beslispunt
Welke leden leveren heden inbreng voor het tweede verslag?
Toelichting
Op 16 juni jl. heeft uw commissie als volgt besloten: "De commissie besluit op 23 juni a.s. gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor het tweede verslag.
Zij zal in het (tweede) verslag de voorgestelde regeling aanmelden voor plenaire behandeling, zodat de voorgestelde regeling bij voorkeur vóór het zomerreces van de Kamer plenair kan worden afgehandeld."
Vooruitlopend op het aanmelden van de voorgestelde regeling voor plenaire behandeling - met het uitbrengen van het tweede verslag (zie commissiebesluit 16 juni jl.) - is ambtelijk vernomen dat plenaire behandeling en -afhandeling naar verwachting kan worden ingepland op maandag 6 of dinsdag 7 juli 2026
Huidige regeling
De Kamer beschikt momenteel over de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2023. Bij de meest recente wijziging, door de Kamer aanvaard op 5 december 2023, werd het basisbedrag voor alle fracties verhoogd. Zie dossier: Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2023 (CLX)
Achtergrond voorstel
Naar aanleiding van de evaluatie van de vigerende Regeling hebben de leden Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD) en Van Meenen (D66) in het College van fractievoorzitters voorgesteld deze aan te passen zodat fracties in de toekomst doelmatiger en bestendiger zouden kunnen begroten. De hoofdlijnen van zo'n voorstel zijn door het lid Van Meenen op 24 februari 2026 toegelicht in het het College van fractievoorzitters en konden daar toen rekenen op brede steun. Vrijdag 5 juni jl. is het voorstel van de leden Rosenmöller, Klip-Martin en Van Meenen voor een nieuwe Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 formeel ingediend. Op 2 juni jl. was een conceptversie van dit voorstel reeds ter bespreking geagendeerd in de vergadering van het College van fractievoorzitters.
De nieuwe regeling moet het mogelijk maken om een egalisatiereserve op te bouwen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025. Tevens wordt met de regeling d.m.v. overgangsrecht in artikel 19 voorgesteld de onbenutte bedragen uit 2024 alsnog in te kunnen zetten voor het lopende jaar (2026).
Besloten is conform artikel 133 van het Reglement van Orde het voorbereidend onderzoek van het voorstel voor deze Kamerregeling te beleggen bij de commissie voor Binnenlandse Zaken.
Voorbereidend onderzoek vergelijkbaar met dat van een wetsvoorstel
Voor wat het voorbereidend onderzoek van het voorstel in de commissie betreft, geldt dat het voorstel op de gewone wijze, als is het een wetsvoorstel, wordt behandeld. Artikel 136, lid 1 RvO bepaalt immers dat het voorstel ‘op dezelfde wijze [wordt behandeld] als een wetsvoorstel dat aan de commissie is toevertrouwd, waarbij de voorsteller in de plaats treedt van de minister.’ In het verslag kunnen derhalve vragen worden gesteld aan de voorstellers (Rosenmöller, Klip en Van Meenen) en dezen zullen schriftelijk antwoorden met een nota naar aanleiding van het verslag.
Inbreng voor het tweede verslag
4.34.324 / 36.871, A
Brief van de minister van BZK en de minister van J&V over inzet kabinet op terrein van het demonstratierecht; Evaluatie Wet openbare manifestaties
Beslispunt
-
-Beschouwt u de toezegging uit het debat over de implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 van minister Van den Brink aan het lid Schalk (SGP) als voldaan met het ontvangen van het afschrift van de brief van ministers van BZK en J&V aan de Tweede Kamer inzake de inzet van het kabinet op het terrein van het demonstratierecht?
-
-Wenst u naar aanleiding van de brief van de bewindslieden (34.324 / 36.871, A) in schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
Tijdens het debat over de implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 zegde minister Van den Brink van Asiel en Migratie toe een afschrift te sturen van de brief aan de Tweede Kamer inzake de inzet van het kabinet op het terrein van het demonstratierecht. De ministers van BZK en J&V hebben in de brief uiteengezet wat de kabinetsinzet is op het terrein van het demonstratierecht en gaan hierbij nader in op A) bestuurlijke handhaving en verplaatsing; B) strafrechtelijk instrumentarium; C) wetsvoorstel landelijk verbod gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties en D) praktijk rond abortusklinieken.
Omtrent het demonstratierecht bent u nog in afwachting van de beleidsreactie op het WODC-rapport over het demonstratierecht. De beleidsreactie op het WODC-rapport verschijnt naar verwachting op 10 september 2026.
Toezegging
In de bijlage vindt u het toezeggingregistratieformulier dat nog in circulatie is om de betreffende toezegging de registreren.
Samenvatting
De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe de Kamer een afschrift van Tweede Kamerbrief over de Wet openbare manifestaties en gezichtsbedekkende kleding te doen toekomen.
5.29362, AR
Stand van de Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens 2025 (RvIG, maart 2025, 8 p.)
Beslispunt
Op welke wijze wenst u de Stand van de Uitvoering voor de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) te behandelen?
Toelichting
Bij brief van 5 juni jl. informeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties u over de belangrijkste knelpunten die uit de Standen van de Uitvoering door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Logius, Huis voor Klokkenluiders en het adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) naar voren waren gebracht. De individuele standen per organisatie waren als bijlagen bij de brief gevoegd.
In uw commissievergadering van 16 juni jl. besloot u als volgt:
De commissie besluit de Stand van de Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens 2025 (RvIG, maart 2025) in de volgende vergadering voor bespreking te agenderen.
De commissie besluit de overige geagendeerde Standen van de Uitvoering voor kennisgeving aan te nemen.
Bespreking
6.36263, R
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK en de minister van Defensie over de invoeringstoets Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen; Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
Beslispunt
Zijn uw vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op 1 juli 2024 is de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen in werking getreden. In de brief van 19 december 2025 informeerden de ministers van BZK en van Defensie de Kamer over de resultaten van de door voornoemde diensten verrichte invoeringstoets van de Tijdelijke wet. Uw vragen in het kader van schriftelijk overleg, die op 3 februari 2026 zijn verzonden, werden op 2 maart 2026 door de betrokken bewindslieden beantwoord (36.263, Q). Op 6 mei jl. verzond uw commissie een brief naar de bewindslieven met vragen in het kader van nader schriftelijk overleg, welke op 12 juni jl. zijn beantwoord. De antwoordbrief ligt ter bespreking voor.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
7.36600 B, Z
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van Financiën over de uitvoering van de gewijzigde motie-Van der Goot (OPNL) c.s. over corrigeren van te lage inflatieramingen binnen het gemeentefonds; Begrotingsstaat gemeentefonds 2025
Beslispunt
-
-Zijn de vragen afdoende beantwoord?
-
-Zo nee, kunt u ermee instemmen om op 8 september 2026*) inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg?
*) Op deze datum staat ook de mogelijkheid tot het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg naar aanleiding van de verslagen schriftelijk overleg van 24 maart 2026 (36.800 B/36.800 C/ 36.600 B, C) en 26 maart 2026 (36.800 B, D) en 8 juni 2026 (36.800 B, H) gepland. Het streven van uw commissie zou erop gericht kunnen zijn om het schriftelijk overleg over middelen van gemeenten en provincies zoveel mogelijk samen te voegen.
Toelichting
Naar aanleiding van de behandeling van de reactie op het toezeggingen- en motierappel (36800VII/36800 IV, A), waarin onderstaande gewijzigde motie-Van der Goot was opgenomen, heeft uw commissie schriftelijk overleg gevoerd met de regering (36.600 B, U). Daarop heeft nader schriftelijk overleg plaatsgevonden. De desbetreffende antwoordbrief ontving u 15 juni jl. en werd voorafgaand aan de begrotingsbehandeling die avond via Signal verspreid. Heden staat deze ter bespreking geagendeerd.
In deze motie wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe de te lage inflatieramingen binnen het gemeentefonds gecorrigeerd kunnen worden, bij voorkeur door middel van nacalculatie, en over de uitkomsten de Kamer voor het aanstaande zomerreces te informeren. (Status op 17 maart jl. herbevestigd: niet uitgevoerd)
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
8.Mededelingen en informatie
Termijnbrief
Op de bijgevoegde termijnbrief staan een aantal wetsvoorstellen met begrotingswijzigingen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026 vermeld. Deze zijn zonder stemmingen door de Tweede Kamer aanvaard en worden in beginsel in de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan.
